Het veranderende voedingspatroon van je hond

Van puppy tot oudere hond – naarmate je hond ouder wordt, verandert zijn behoefte.
Puppy’s

Een puppy heeft 2,5 keer zoveel calorieën nodig als een even grote volwassen hond. Hij heeft ook grotere hoeveelheden spiervormende eiwitten, calcium en fosfor nodig voor de opbouw van zijn botten. Zijn spijsverteringssysteem is nog niet volgroeid en hij heeft nog een kleine maag. Het voedsel moet dus makkelijk verteerbaar zijn en over meerdere, kleine maaltijden per dag worden verdeeld.
Jonge honden

Het moment waarop je de voeding of de calorie-inname van je pup moet aanpassen, hangt van het ras af. Kleine rassen worden tussen 6 en 9 maanden volwassen, terwijl erg grote rassen daar wel 24 maanden voor nodig hebben. Er zijn diverse producten die speciaal samengesteld zijn voor jonge honden van diverse grootte.
Volwassenheid

Volwassen honden verbruiken niet zoveel energie als opgroeiende honden en dus hebben ze minder calorieën nodig. Volwassen honden hoeven ook minder vaak te eten, een of twee keer per dag is prima.
Zwangerschap

Zwangere honden hebben extra voeding nodig gedurende de laatste vier weken van de zwangerschap. Vanaf de zesde week van de zwangerschap moet je je hond elke week 15% meer geven.
Zogen

Pasgeboren puppy’s drinken enorme hoeveelheden melk. Dus zolang de moeder zoogt, heeft ze tot vier keer haar normale hoeveelheid eten nodig en een doorlopende aanvoer van vers water. Ze mag ook puppyvoeding hebben, omdat daar een grote hoeveelheid calorieën in zit.
Oudere honden

Oudere honden hebben minder beweging. Ze hebben vaak ook liever meerdere kleine maaltijden per dag in plaats van één grote maaltijd. Bepalen wanneer je overgaat op een voedingspatroon voor oudere honden hangt van het ras af. Ruwweg zit het zo:

- heel grote rassen – 5 jaar;
- grote rassen – 8 jaar;
- heel kleine en kleine rassen – 10 jaar.

Bekijk ons assortiment Pedigree® droog- en natvoeding.

Girl with dog